Psychische gezondheid

Depressie en angst bij hart- en vaatziekten: zo signaleer je

Depressie en angst kunnen bij mensen met een hart- en vaatziekte makkelijk over het hoofd worden gezien. Wat het ESC-consensusdocument over psychische gezondheid (2025) zegt over signaleren, screenen en samenwerken in het team.

Hendrik de Kok, verpleegkundig specialist AGZ cardiologie8 min leestijd
Deel dit artikelDelen op LinkedIn

Gebaseerd op: ESC Clinical Consensus Statement on mental health and cardiovascular disease (2025)
In dit artikel

Depressie en angst komen veel voor bij mensen met een hart- en vaatziekte, maar kunnen in de dagelijkse zorg makkelijk over het hoofd worden gezien. Het ESC-consensusdocument over psychische gezondheid en hart- en vaatziekten (2025) beschrijft waarom dat ertoe doet, hoe je klachten signaleert en wat het team kan doen. Dit zijn de belangrijkste leermomenten.

Waarom psychische klachten ertoe doen

Psychische gezondheid en hart- en vaatziekten beïnvloeden elkaar in meerdere richtingen. De beleving van een acuut event, zoals een acuut coronair syndroom of een ritmestoornis, kan samen met de dreiging van de dood en een gevoel van hulpeloosheid heftige negatieve emoties oproepen. Ook als iemand niet aan de criteria voor een psychische stoornis voldoet, kunnen er existentiële zorgen zijn: angst voor herhaling of voor de dood, emotionele en werkgerelateerde stress, boosheid, rouw en zorgen over het welzijn van gezinsleden.

Soms worden de klachten zo ernstig dat een diagnose van een psychische stoornis op zijn plaats is, zoals een depressie, een angststoornis of zelfs een posttraumatische stressstoornis (PTSS) door de hartziekte. Wereldwijd heeft naar schatting 18% van de mensen met een hart- en vaatziekte een depressie, gemeten met verschillende zelfrapportagevragenlijsten. Voor angst vonden systematische reviews en meta-analyses een vóórkomen van 28,9% tot 32,9%.

Zulke aandoeningen kunnen invloed hebben op zelfmanagement, therapietrouw, de uitkomsten en zelfs de prognose. Na een acuut coronair syndroom is depressie in verband gebracht met een hoger risico op niet-fatale cardiovasculaire events en op sterfte door alle oorzaken. Bij hartfalen zijn depressieve klachten en een depressieve stoornis in verband gebracht met vaker opnames, terugkerende cardiovasculaire events en sterfte. Bij angst en PTSS zijn de effecten op therapietrouw en cardiovasculaire uitkomsten minder duidelijk en mogelijk tijdsafhankelijk.

Het is redelijk om bij mensen met een vastgestelde hart- en vaatziekte depressie, angst en PTSS te beoordelen, omdat ze veel voorkomen en de uitkomsten beïnvloeden, en zo nodig snel door te verwijzen naar een professional (consensusuitspraak). Ook chronische stress en eenzaamheid hangen samen met slechtere uitkomsten. Merk je ze op bij de klinische beoordeling, dan horen ze aanleiding te zijn om te verwijzen (consensusuitspraak).

Waarom klachten vaak worden gemist

Depressie en angst kunnen in de routinezorg makkelijk over het hoofd worden gezien en/of worden afgedaan als een 'normale' reactie op de klinische en prognostische last van de ziekte. Bij hartfalen kunnen ze bovendien makkelijk worden gemist doordat klachten overlappen, zoals vermoeidheid, apathie, gebrek aan energie en slaapstoornissen.

Tegelijk kunnen stress, angst of vrees die in verhouding staan tot wat iemand meemaakt, een normale reactie zijn na een diagnose, een acuut event, een ingreep of een complicatie.

Signaleren begint bij het gesprek

De anamnese is een kans om te vragen naar psychische klachten en naar een voorgeschiedenis met psychische aandoeningen. Gesprekken tijdens het verdere beloop bieden nieuwe kansen om onopgemerkte klachten, nieuwe problemen, uitingen van psychische aandoeningen of een hulpvraag op te merken.

Is er een klinisch vermoeden, dan adviseert het document formele screening met gevalideerde instrumenten. Daarnaast wordt een lage drempel voor screening geadviseerd, gezien het hoge vóórkomen van psychische aandoeningen bij hart- en vaatziekten en de invloed op de uitkomsten (consensusuitspraak).

Screenen: wanneer, hoe en door wie

Wanneer? Screening met gevalideerde instrumenten wordt geadviseerd na een nieuwe diagnose of een cardiovasculair event, ten minste één keer tijdens de follow-up en op elk moment dat je klinische oordeel daarom vraagt (consensusuitspraak). Dat kan al tijdens de opname, als er tijd voor is.

Hoe? Begin met een kort, gevalideerd instrument van twee vragen, bijvoorbeeld de Whooley-vragen of de PHQ-2 voor depressieve klachten en de GAD-2 voor angstklachten. Zo'n korte screening kan in de routinezorg worden opgenomen (consensusuitspraak). De twee Whooley-vragen gaan over een sombere stemming en over weinig interesse of plezier in de afgelopen maand. Eén 'ja' is genoeg voor een positieve uitslag; dan is verdere beoordeling nodig. De vragen hebben een hoge sensitiviteit (95%) en een matige specificiteit (65%); ze zijn gevalideerd in een algemene populatie, niet specifiek bij hart- en vaatziekten.

Na een afwijkende eerste screening hoort een langer gevalideerd instrument te worden gebruikt om te bepalen of de ernst laag, matig of hoog is (consensusuitspraak). Voorbeelden zijn de PHQ-9 en de GAD-7. Een vragenlijst brengt de mate van klachten in beeld, maar geeft geen diagnose.

Wie? Elk lid van het multidisciplinaire team dat daarvoor gekwalificeerd is. Het team moet vastleggen wie verantwoordelijk is voor de beoordeling, en hoe en wanneer die plaatsvindt, afgestemd op de eigen context en middelen (consensusuitspraak). Ook hartrevalidatie is een kans om op depressie en angst te screenen (consensusuitspraak).

StapWat je doetWaarom
Kort screenenWhooley-vragen of PHQ-2 (depressieve klachten), GAD-2 (angst)Kost een paar minuten en past in de routinezorg
Uitgebreider screenenBij een positieve uitslag een langere vragenlijst, zoals de PHQ-9 (depressieve klachten) of de GAD-7 (angstklachten)Bepalen of de ernst laag, matig of hoog is
Bespreken en verwijzenUitslag en zorgplan bespreken met de persoon en naasten, met oog voor hun voorkeuren; bij een hoge score verwijzen naar een professional in de geestelijke gezondheidszorgVoor diagnostiek en passende behandeling
HerhalenPeriodiek (bijvoorbeeld jaarlijks, en ten minste één keer tijdens de follow-up) en wanneer je klinische oordeel dat aangeeftKlachten kunnen veranderen en in episodes verlopen

Screening helpt op zichzelf niet: wie screent, moet de uitkomst ook oppakken met passende verwijzing en behandeling. Ook is screening in verband gebracht met psychische nadelen (zorgen en angst), die bij hart- en vaatziekten nog weinig zijn onderzocht. Omdat de waarde van routinematige screening nog ter discussie staat, legt het document geen harde verplichtingen op.

Na de screening: verwijzen en stepped care

Wie hoog scoort op een screeningsvragenlijst, heeft een verwijzing nodig voor diagnostiek en passende behandeling door een professional in de geestelijke gezondheidszorg (consensusuitspraak).

Voor de aanpak van psychische aandoeningen is stepped care redelijk, op basis van voorkeuren, de ernst van de klachten en de aandoening, en de beschikbare middelen (consensusuitspraak). De intensiteit van de zorg sluit dan aan bij wat iemand nodig heeft, zonder dat eerst alle lagere stappen doorlopen moeten zijn. In het model van het document screent de eerste lijn of het cardiologische team iedereen met een hart- en vaatziekte kort; bij een positieve screening of een ernstige psychische aandoening (een psychische stoornis met een aanzienlijk beperkt psychosociaal functioneren) neemt de inbreng van het multidisciplinaire team of een professional in de geestelijke gezondheidszorg toe. Leefstijlmaatregelen en psycho-educatie zijn nuttig voor alle mensen met een hart- en vaatziekte; psychologische behandeling kan helpen bij depressie en/of angst (consensusuitspraak).

Medische behandeling, waaronder medicatie, kan nodig zijn bij een vastgestelde psychische aandoening en bij ernstige klachten van depressie, angst of PTSS. Een zorgvuldige afweging van risico's en voordelen en een open gesprek helpen bij die keuze. Let daarbij volgens het document op bijwerkingen en op wisselwerkingen met andere geneesmiddelen, waaronder hartmedicatie.

Er is bewijs met een lage tot matige zekerheid dat psychologische interventies effect hebben op depressie, angst en kwaliteit van leven bij mensen met een hart- en vaatziekte. Voor een daling van ernstige cardiale events (MACE) en sterfte is het bewijs zwakker of ontbreekt het.

De rol van het team

Een multidisciplinair team met professionals in de geestelijke gezondheidszorg, psychologen en/of psychiaters (het Psycho-Cardio team) is in de cardiologische zorg nodig om richting te geven aan de praktijk en om mensen met een hart- en vaatziekte en hun mantelzorgers passende psychische beoordeling, steun en behandeling te bieden (consensusuitspraak). Cardiologische zorgaanbieders zouden zo'n teamaanpak moeten nastreven, afgestemd op de lokale populatie, context en middelen (consensusuitspraak). De continuïteit van zorg hoort geborgd te worden door afstemming met het multidisciplinaire team in de eerste lijn.

Collaborative care, oftewel gecoördineerde zorg, wordt meestal geleverd door verpleegkundigen met steun van een multidisciplinair team, vaak in de eerste lijn. Een meta-analyse van 79 trials naar collaborative care bij depressie- en angstproblemen in de eerste lijn of de wijk (niet specifiek bij hart- en vaatziekten) liet op korte en lange termijn significant meer verbetering van depressie en angst zien; een gerandomiseerde studie bij hartfalen en depressie vond echter geen significante verbetering van klinische uitkomsten ten opzichte van verbeterde gebruikelijke zorg.

Naasten en het gesprek

Voor volwassenen komt de belangrijkste steun vaak van mantelzorgers, vooral de partner. Die zorg kan zwaar zijn: sommige studies vonden bij mantelzorgers meer angst, depressie of PTSS. Het is raadzaam om het welzijn van mantelzorgers te beoordelen en hen te ondersteunen, als onderdeel van een holistische benadering (consensusuitspraak). Het document noemt vijf handvatten: luisteren, geruststellen dat ze er niet alleen voor staan, helpen met kennis en informatie, aanmoedigen om medische en sociale steun te zoeken en verwijzen naar passende voorzieningen.

In het gesprek zijn empathie en actief luisteren essentieel. Voer een open gesprek met de persoon en naasten, afgestemd op leeftijd, culturele achtergrond, overtuigingen en voorkeuren. Vragen beantwoorden en onduidelijkheden wegnemen kan misverstanden en irreële angsten helpen voorkomen. Stigma rond psychische problemen is een belangrijke drempel voor toegang tot zorg; zelfstigma maakt dat mensen minder snel hulp zoeken.

Consensusuitspraken, kort uitgelegd

Anders dan ESC-richtlijnen geeft dit ESC-consensusdocument zijn adviezen geen klasse en bewijsniveau. Omdat er weinig bewijs is, stelde de taskforce consensusuitspraken (management consensus statements) op via een aangepaste Delphi-procedure: de taskforceleden stemden over elke uitspraak; er was consensus als meer dan 75% van de respondenten 'eens' of 'zeer eens' koos, wat voor alle uitspraken in de eerste stemronde lukte. In de lopende tekst herken je zo'n uitspraak aan "(consensusuitspraak)"; de tabel en het kader vatten die adviezen samen. De rest komt uit de lopende tekst, de tabellen, de figuren, de samenvattingspunten en de kernboodschappen.

Meer weten over de cardiologische zorg? Bekijk de scholing.

Bron en verantwoording

ESC Clinical Consensus Statement on mental health and cardiovascular disease (2025).

Bekijk de richtlijn

Dit artikel vat de genoemde ESC-richtlijn samen voor onderwijsdoeleinden. Het vervangt de richtlijn, lokale protocollen en professioneel oordeel niet.

Laatst bijgewerkt:

Deel dit artikelDelen op LinkedIn

Bekijk kosteloos een hoofdstuk van de Academy

Je gegevens gebruik ik alleen om je de toegang te sturen en eventueel één keer te vragen of het je bevalt. Geen nieuwsbrief. Zie de privacyverklaring.